Zuur-base reacties en bruisproeven

CO2-ballon proef uitbreiden: zo bereken je de massa van het gas

Femke van Dijk Femke van Dijk
· · 4 min leestijd

Je hebt de klassieke CO₂-ballonproef gedaan. Azijn en baksoda reageren, de ballon zwelt op, en iedereen is onder de indruk. Maar stel je nu eens voor: je gaat één stap verder.

Inhoudsopgave
  1. Waarom je de massa van CO₂ wilt weten
  2. De reactievergelijking: jouw rekenmodel
  3. Controleer welk reagens beperkend is
  4. Van theorie naar praktijk: meet het verschil

Je wilt weten hoeveel CO₂ er echt in die ballon zit. Niet gokken, maar écht uitrekenen.

Dan ben je pas echt aan het wetenschappelijke werk. Laten we erin duiken.

Waarom je de massa van CO₂ wilt weten

De meeste mensen denken: gas weegt niks. Maar dat klopt niet.

Alles wat bestaat uit materie heeft massa, ook gas. Lucht weegt bijvoorbeeld ongeveer 29 gram per 22 liter. CO₂ is zwaarder dan lucht, dus als je kunt berekenen hoeveel CO₂ je hebt gemaakt, zit je echt op een antwoord.

En dat maakt de proef van een simpel schooltje tot een echte wetenschappelijke meting.

De reactie die plaatsvindt is zuivere scheikunde. Azijn (azijnzuur) reageert met baksoda (natriumbicarbonaat) en produceert kooldioxide, water en natriumazettaat. De CO₂ die vrijkomt, vult de ballon. En omdat je precies weet hoeveel reactanten je hebt gebruikt, kun je met behulp van de reactievergelijking uitrekenen hoeveel gram CO₂ er ontstaat.

De reactievergelijking: jouw rekenmodel

Allereerst de chemische vergelijting: CH₃COOH + NaHCO₃ → CO₂ + H₂O + CH₃COONa Azijnzuol plus natriumbicarbonaat geeft kooldioxide, water en natriumazettaat.

De verhouding is 1:1:1. Dat betekent: één mol azijnzuol reageert met één mol baksoda en levert één mol CO₂ op. Simpel, toch?

Nu moet je weten wat een "mol" is. Een mol is een vast aantal moleculen, maar voor de berekening gebruik je vooral de molaire massa.

De molaire massa van CO₂ is 44 gram per mol. Dat komt doordat koolstof (C) ongeveer 12 gram per mol weegt en zuurstof (O) 16 gram per mol, en er zijn twee zuurstofatomen: 12 + 16 + 16 = 44 g/mol. Stel je gebruikt 5 gram baksoda.

Stap 1: bepaal het aantal mol van je uitgangsstof

De molaire massa van natriumbicarbonaat (NaHCO₃) is 84 gram per mol. Dan deel je de gebruikte massa door de molaire massa:

5 gram ÷ 84 g/mol = 0,0595 mol Dat is het aantal mol baksoda dat je hebt gebruikt. Omdat de verhouding 1:1 is, produceer je ook 0,0595 mol CO₂. Vermenigvuldig het aantal mol met de molaire massa van CO₂:

0,0595 mol × 44 g/mol = 2,62 gram CO₂. Zo simpel is het. Wil je zelf de CO2 productie meten? Met 5 gram baksoda en voldoende azijnzuol maak je ongeveer 2,6 gram CO₂.

Stap 2: reken om naar gram CO₂

Controleer welk reagens beperkend is

Hier zit een addertje onder het gras. In de praktijk gebruik je vaak een overmaat van één van de twee stoffen.

Je gooit bijvoorbeeld een schepje baksoda in een flinke hoeveelheid azijn. Maar dan is de hoeveelheid baksoda bepalend voor hoeveel CO₂ er ontstaat.

Het azijn is in overmaat en raakt niet op. Je moet dus altijd kijken welke stof het beperkende reagens is. Dat is de stof die als eerste opraakt. Alleen die hoeveelheid bepaalt hoeveel product je krijgt. Als je van beide stoffen de exacte massa weet, vergelijk je het aantal mol van beide en de kleinste wint.

Van theorie naar praktijk: meet het verschil

Je kunt de berekening ook toetsen met een echte meting. Weeg de fles met azijn en baksoda voor de reactie op een weegschaal.

Weeg daarna het geheel na de reactie op. Het verschil in massa is de hoeveelheid CO₂ die is ontsnapt uit de vloeistof. Als de ballon goed zit en er geen gas ontsnapt, zou het gewicht op de weegschaal nagenoeg hetzelfde moeten blijven. Maar als je de ballon loskoppelt of er lekt, zie je het gewicht dalen.

Wat je hiermee kunt doen in de klas

Dat verschil is jouw experimentele massa van CO₂. Let op: een gewone keukenweegschaal is vaak niet gevoelig genoeg om zo'n klein verschil nauwkeurig te meten.

Een digitale weegschaal met een nauwkeurigheid van 0,01 gram maakt het een stuk betrouwarder.

Deze uitbreiding van de CO₂-ballonproef is perfect voor leerlingen die meer willen dan alleen kijken. Ze leren rekenen met mollen, begrijpen wat een beperkend reagens is, en zien hoe theorie en praktijk samenkomen. Je kunt het opdracht geven: "Voorspel hoeveel CO₂ je krijgt met 3 gram baksoda" en dat daarna experimenteel toetsen.

En laten we eerlijk zijn: er is niets beter dan een voorspelling die klopt met je berekening. Dat is precies het moment dat scheikunde echt leuk wordt.


Femke van Dijk
Femke van Dijk
Gediplomeerd scheikunde leraar en experimentator

Femke is een scheikundeleraar met passie voor praktische experimenten.

Meer over Zuur-base reacties en bruisproeven

Bekijk alle 79 artikelen in deze categorie.

Naar categorie →
Lees volgende
Wat is een zuur-base reactie en waarom bruist het zo mooi?
Lees verder →