Chemoluminescentie en lichtgevende reacties

Glow-in-the-dark verf en scheikunde: hoe werken nagloeimaterialen?

Femke van Dijk Femke van Dijk
· · 6 min leestijd

Je hebt ze vast wel eens op je plafond gehad: die kleine groene sterren die oplichten zodra je het licht uitdoet. Of misschien heb je zelf ooit een muur beschilderd met glow-in-the-dark verf.

Inhoudsopgave
  1. Wat is nagloeien eigenlijk? Het verschil met fluoresceren
  2. De scheikunde achter het gloeien: hoe werkt het precies?
  3. Van zinksulfiet naar strontiumaluminaat: de evolutie van nagloeimaterialen
  4. Waarom is glow-in-the-dark verf eigenlijk groen?
  5. Glow-in-the-dark verf in de praktijk: wat kun je er mee?
  6. Is glow-in-the-dark verf duurzaam en milieuvriendelijk?
  7. De wetenschap van morgen: wat komt er nog?

Het voelt als magie, maar het is puur scheikunde. En eerlijk? De wetenschap erachter is minstens zo cool als het effect zelf.

Laten we er eens in duiken. Wat zit er eigenlijk in die verf? Hoe kan iets gewoon gloeien zonder batterij, stroom of zonne-energie?

En waarom is de kleur bijna altijd groen? Tijd om het mysterie van nagloeimaterialen te ontrafelen.

Wat is nagloeien eigenlijk? Het verschil met fluoresceren

Eerst even iets belangrijk: nagloeien is niet hetzelfen als fluoresceren. Die twee worden vaak door elkaar gehaald, maar het zijn fundamenteel verschillende processen.

Fluorescentie werkt alleen zolang je het materiaal belicht. Denk aan die glowstick die je op een festival breekt, of een witte t-shirt onder een UV-lamp. Zodra de lichtbron weg is, stopt het licht ook meteen.

De atomen absorberen UV-licht en stralen het vrijwel direct weer uit als zichtbaar licht.

Geen tussenstop, geen opslag. Nagloeien (ook wel fosforescentie genoemd) werkt heel anders. Hier slaat het materiaal energie op en geeft die langzaam weer af.

Alsof je een batterij oplaadt en die dan urenlang leegloopt. Daarom zie je nagloeimaterialen oplichten in het donker, lang nadat het licht is uitgegaan.

De scheikunde achter het gloeien: hoe werkt het precies?

Oké, hier wordt het interessant. Laten we stap voor stap bekijken wat er gebeert op atomair niveau.

Stap 1: Energie wordt opgeslagen

Alles begint met licht. Wanneer fotonen (lichtdeeltjes) het nagloeimateriaal raken, worden elektronen in de atomen geëxciteerd.

Dat betekent dat ze naar een hogere energieniveau springen. Normaal gespringen ze vrijwel meteen terug en wordt de energie als licht uitgestraald. Maar bij nagloeimaterialen zit er een addertje onder het gras.

De elektronen belanden in een zogenaamde valenergietrap. Ze zitten als het ware vast in een metastabiele toestand. Ze kunnen weliswaar terugspringen, maar dat kost tijd. En terwijl ze daar zitten, bouwt het materiaal langzaam een voorraad op van opgeslagen energie.

Zodra het donker wordt, beginnen die vastgelopen elektronen één voor één terug te vallen naar hun oorspronkelijke energieniveau.

Stap 2: Langzaam licht afgeven

Bij elke terugval wordt een foton uitgestraald. Dat is het licht dat je ziet.

Omdat dit proces langzaam gaat, duurt het voort. Soms minuten, soms uren. De kleur van het licht hangt af van het energieverschil tussen de twee niveaus.

Bij de meeste nagloeimaterialen is dat verschil precies goed voor groen licht, met een golflengte van ongeveer 520 nanometer.

Daarom is groen de standaardkleur. Het is ook de kleur waar onze ogen het gevoeligst voor zijn in het donker.

Van zinksulfiet naar strontiumaluminaat: de evolutie van nagloeimaterialen

Nagloeimaterialen zijn niet nieuw. Al in de zeventieeeuw ontdekten alchemisten dat bepaalde materialen na belichting bleven gloeien.

De oude generatie: zinksulfiet

Maar de eerste echte nagloeiverf was van vreselijke kwaliteit. Tot ver in de twintigste eeuw werd zinksulfiet (ZnS) gebruikt als nagloeimateriaal. Je kent het misschien van oude wijzerplaten of speelgoed. Het probleem?

De nieuwe generatie: strontiumaluminaat

Het gloeide maar kort, was vrij zwak, en na een paar uur was alles uit. Bovendien werd zinksulfiet vaak gedopeerd met radioactieve materialen om het effect te versterken.

Ja, je leest het goed: radioactief. Gelukkig is dat tegenwoordig verboden.

In de jaren negentig kwam de doorbraak. De Japanse onderzoeker Yasumitsu Aoki ontwikkelde een nieuw materiaal: strontiumaluminaat (SrAl₂O₄), gedopeerd met de lanthaniden europium en dysprosium. Dit materiaal was een gamechanger. Strontiumaluminaat is tot wel 10 keer helderder dan zinksulfiet en kan meer dan 10 uur gloeien na belichting.

Daarom zit het in vrijwel alle moderne glow-in-the-dark producten. Van verf op je muur tot de sterren op het plafond van je kinderkamer.

Waarom is glow-in-the-dark verf eigenlijk groen?

Je vraagt je misschien af: waarom is bijna alle glow-in-the-dark verf groen?

Kun je het niet in rood, blauw of paars? Het antwoord is dubbel. Ten eerste is strontiumaluminaat van nature groen. De energieniveaus in het materiaal leveren precies die golflengte op.

Ten twee is groen licht het meest zichtbaar voor het menselijk oog in donkere omstandigheden. Onze ocellen (de lichtgevoelige cellen in ons netvlies) zijn het gevoeligst voor groen licht rond de 520 nanometer.

Er bestaan wel andere kleuren, maar die zijn minder helder en gloeien korter.

Blauwe en rode nagloeimaterialen zijn er, maar ze presteren significant minder. Groen blijft dus koning.

Glow-in-the-dark verf in de praktijk: wat kun je er mee?

Nu je weet hoe het werkt, de praktijk. Glow-in-the-dark verf is de afgelopen jaren behoorlijk populair geworden.

Veiligheid en functionaliteit

En niet alleen voor kinderkamers. In sommige landen wordt glow-in-the-dark verf al gebruikt op wegmarkeringen en vluchtwegen in gebouwen.

DIY en creatief gebruik

Denk aan treinen, vliegtuigen en ziekenhuizen. Als de stroom uitvalt, blijven de routes zichtbaar. In Nederland en België zie je het steeds vaker in speeltuinen en op fiets- en voetpaden.

Voor de doe-het-zelver is glow-in-the-dark verf een fascinerend scheikundig experiment. Merken als Noxton en GlowPaint verkopen verf die je gewoon over een bestaande muur of object aanbrengt.

Overdag zie je het nauwelijks, maar in het donker komt alles tot leven. Ideaal voor een feestje, een kinderkamer of gewoon omdat het gewoon gaaf is. Een tip: hoe langer en helderder je belicht, hoe beter het werkt. Een zaklamp of zonlicht van 10 tot 15 minuten is meestal genoeg voor een paar uur mooi gloeien.

Is glow-in-the-dark verf duurzaam en milieuvriendelijk?

Goede vraag. De oude nagloeimaterialen waren zeker niet vriendelijk voor het milieu.

Zinksulfiet was al niet geweldig, maar de radioactieve varianten waren echt een probleem.

Gelukkig is strontiumaluminaat niet radioactief en relatief onschadelijk. Het materiaal is chemisch stabiel en breekt niet snel af. Bovendien is er steeds meer onderzoek naar biologische nagloeimaterialen.

Wetenschappers werken aan materialen op basis van cellulose en andere natuurlijke grondstoffen die ook kunnen nagloeien. De toekomst zit in groene chemie, letterlijk. Ook het energieverbruik is nihil. Nachtlichtverf en de scheikunde erachter heeft geen stroom nodig.

Het gebruikt gewoon licht dat er al is. Dat maakt het een slimme, duurzame oplossing voor bepaalde toepassingen.

De wetenschap van morgen: wat komt er nog?

Nagloeien is geen uitgedacht veld. Er wordt nog volop onderzoek gedaan.

Wetenschappers aan universiteiten werken aan materialen die nog langer en helderder gloeien.

Er zijn al experimenten met quantumdots en organische nagloeimaterialen die in theorie veel beter kunnen presteren dan strontiumaluminaat. En dan hebben we het nog niet eens gehad over chemoluminescentie: licht door chemische reacties, zonder belichting. Denk aan glowsticks, maar dan in verf.

Dat is een heel ander mechanisme, maar het past perfect in dit verhaal. Misschien voor een volgende keer. Voor nu is de les: die groene sterren op je plafond zijn geen magie. Het is scheikunde. Mooie, elegante, atoom-niveau scheikunde.

En als je de volgende keer het licht uitdoet en die sterren zag oplichten, weet je precies wat er gebeurt.

Dat is toch veel cooler dan gewoon slapen?


Femke van Dijk
Femke van Dijk
Gediplomeerd scheikunde leraar en experimentator

Femke is een scheikundeleraar met passie voor praktische experimenten.

Meer over Chemoluminescentie en lichtgevende reacties

Bekijk alle 95 artikelen in deze categorie.

Naar categorie →
Lees volgende
Wat is chemoluminescentie en waarom geeft een reactie licht zonder warmte?
Lees verder →