Stel je voor: je hebt geen dure chemicaliën nodig om te meten of iets zuur of basisch is. Gewoon wat rode kool, een paar bloemen of een handjevol kruiden uit je keuken.
▶Inhoudsopgave
Klinkt te mooi om waar te zijn? Nou, het is echt waar.
En het is zelfs best makkelijk om zelf te doen. Laten we erin duiken.
Wat is een universele indicator eigenlijk?
Een universele indicator is een stof die verandert van kleur afhankelijk van de pH-waarde van een oplossing. In één woord: het is een kleurenspectrum in een vloeistof. Bij lage pH-waarden (zuur) kleurt het bijvoorbeeld rood, bij neutrale waarden groen, en bij hoge pH-waarden (basisch) blauw of paars.
Het bekendste voorbeeld uit het laboratorium is universele indicatorpapier, maar die koop je gewoon in een fles.
Veel cooler is het om er zelf één te maken. Van planten.
Waarom plantenextracten?
Planten bevatten natuurlijke kleurstoffen die heet anthocyanines. Die zitten in bladeren, bloemen en vruchten.
En hier wordt het interessant: anthocyanines veranderen van kleur wanneer de zuurgraad verandert. Rode kool, blauwe bessen, hibiscus, rode biet, zelfs de schil van een Aubergine. Ze bevatten allemaal deze magische moleculen.
De beste planten om te gebruiken
De truc is om die kleurstoffen eruit te halen. En dat doe je met warm water of alcohol.
Simpel, toegankelijk, en je hebt er geen lab voor nodig. Niet elk plantenextract werkt even goed als universele indicator. Je wilt een extract dat zoveel mogelijk kleuren laat zien over een breed pH-bereik. Dit zijn de winnaars:
Rode kool is de absolute favoriet. Het geeft een prachtig spectrum van rood (zuur) via paars (neutraal) naar groen en zelfs geel (sterk basisch).
Het is goedkoop, overal verkrijbaar, en het werkt fantastisch. Hibiscus (dried hibiscus bloemen) geeft een mooie rood naar groen-verandering. Je kunt het kopen in de supermarkt of bij een reformwinkel.
Rode biet werkt ook goed, hoewel het kleurenspectrum iets minder breed is dan rode kool.
Zwarte bessen en blauwe bessen zijn ook geschikt, maar geven meer blauw-paarse tinten.
Hoe maak je zelf een plantaardige universele indicator?
We nemen rode kool als voorbeeld, want die werkt het best. Maar het principe geldt voor alle planten die anthocyanines bevatten.
Wat heb je nodig?
Een halve rode kool, een pan met water, een vergiet, en een glazen pot of fles. Eventueel een blender, maar dat is niet echt nodig. Stap 1: Snijd de rode kool in kleine stukjes.
Stap voor stap
Hoe kleiner, hoe beter. Zo komt er meer kleurstof vrij.
Stap 2: Doe de kook in een pan met water. Laat het water kooken en zet daarna het vuur laag. Laat de kook zo'n 10 tot 15 minuutjes zachtjes trekken. Het water wordt langzamerhand diep paars of blauw.
Dat is precies wat je wilt. Stap 3: Haal de pan van het vuur en laat het water afkoelen.
Giet het door een vergiet om de koolstukjes eruit te halen. Wat overblijft is een paarse vloeistof. Dat is je indicator.
Stap 4: Giet het in een schone fles of pot. Bewaar het in de koelkast.
Het houdt zich een paar dagen goed.
Het testen: nu wordt het leuk
Nu komt het moment van de waarheid. Neem een paar lege glazen of bekers en vul ze met verschillende huishoudelijke stoffen. Voeg een paar druppels van je rode-kool-indicator toe en kijk wat er gebeurt.
Citroensap wordt rood of roze. Dat is zuur, pH rond de 2.
Azijn wordt ook rood. Ook zuur, pH rond de 2 tot 3.
Melk wordt lichtroze of lichtpaars. Dat is licht zuur, pH rond de 6,5. Water blijft ongeveer paars.
Dat is neutraal, pH 7. Backingsoda (oplossing van natriumwaterstofcarbonaat in water) wordt groen of geel.
Dat is basisch, pH rond de 8 tot 9. Schoonmaakazijn wordt rood. Sterk zuur. Zeep wordt groen of blauw. Basisch. Zie je het spectrum?
Van rood naar paars naar groen. Dat is precies wat een universele indicator moet doen.
Wat gebeurt er precies in chemisch perspectief?
Anthocyanines zijn moleculen met een ingewikkelde structuur. In een zure omgeving hebben ze een bepaalde vorm die rood licht absorbeert en roze/rood licht terugkaatst.
In een neutrale omgeving verandert de structuur en wordt het paars. In een basische omgeving verandert het weer, en absorbeert het ander licht, waardoor je groen of geel ziet. Het mooie is dat dit reversibel is. Voeg je zuur toe aan een basische oplossing met indicator, en het verandert van kleur.
Voeg je basisch toe, en het verandert weer terug. Je kunt dit herhalen.
Tips voor het beste resultaat
Gebruik gesneden of geraspte kool voor maximale oppervlakte. Hoe meer contact tussen kool en water, hoe sterker de kleur. Laat het niet te lang koken.
Meer dan 20 minuten kan de anthocyanines afbreken en wordt de kleur minder intens.
Bewaar je indicator in een donker flesje in de koelkast. Licht en warmte breken de kleurstoffen af.
Wil je een papierindicator maken van plantenextract? Domp keukenpapier of koffiefilter in je extract en laat het drogen. Je krijgt indicatorpapier dat je kunt gebruiken net als het gekochte soort.
Waarom is dit zo tof?
Omdat je hiermee laat zien dat chemie niet saai is. Dat je geen dure apparatuur nodig hebt om echte metingen te doen.
Dat de natuur al alles heeft uitgevonden wat we nodig hebben. En dat je met simpele middelen iets kunt maken dat in principe hetzelfde doet als wat in een professioneel lab gebruikt wordt.
Dus de volgende keer dat je rode kool in je schap hebt staan, denk eraan: daar zit een hele chemielab in. En het enige wat je hoeft te doen, is koken.